Verslag startbijeenkomst Klimaat en Energie in de Venen

Wederom een succes

Met een opkomst van ruim 30 mensen uit het gebied, is de startbijeenkomst Klimaat en Energie op 22 september in De Venen wederom een succes te noemen.

Inspirerende inleidingen

Dick Boogaard, voorzitter van de gebiedscommissie heette zo’n 40 mensen welkom bij de startbijeenkomst Klimaat en Energie in De Venen. Hij inspireerde de aanwezigen met een voorbeeld uit Tsjechië: in acht jaar had hij het landschap ten goede zien veranderen in een ‘energielandschap’, met veel koolzaad en zonnepanelen. Hem werd verteld dat Tsjechië zelfvoorzienend was in haar energiebehoefte en zelfs energie exporteert. Kan zoiets ook in De Venen? ‘Ja’, is de stellige overtuiging van Dick Boogaard.

Jacob van Olst van St. Klimaatlandschap nam ons mee naar de toekomst van het landelijk gebied; naar kansen om met opbrengsten van duurzame energie, maatschappelijke functies in het gebied te kunnen betalen. Subsidies van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) zullen steeds meer worden omgebouwd van productiesubsidies naar financiering van diensten en kwaliteit van landschap en water. Opwekken van duurzame energie zou zo’n dienst kunnen zijn. Van Olst ziet mogelijkheden om met collectieven van boeren, burgers of bedrijven energie op te wekken, en een deel van het rendement ten goede te laten komen aan de omgeving.

Hoogheemraad Guus Beugeling van De Stichtse Rijnlanden (HDSR) schetste de aanwezigen het concept van de rieteconomie; naar eigen zeggen ‘een idee ergens tussen fantasie en werkelijkheid’. De Venen kampen met een bodemdaling van één centimeter per jaar; dat is niet houdbaar. Rietteelt voor biomassa kan een alternatieve inkomstenbron zijn voor agrariërs, een gunstig effect hebben op de waterkwaliteit, nieuwe natuur opleveren, CO2 vastleggen en bodemdaling tegengaan. Er zitten echter ook een hoop haken en ogen aan: een moerassige ondergrond stoot methaan uit, weidevogels houden meer van open landschap dan van riet, eventuele bemesting zou funest zijn voor de waterkwaliteit en het concept is nu nog een wankel subsidie-bouwwerk. Beugeling ziet echter genoeg potentie om aan de slag te willen met een pilot.

Daarna splitste de groep zich op in twee groepen; Klimaat(adaptatie) en Energie.

KLIMAAT

Job van Amerom (provincie Utrecht) startte met een toelichting op het begrip: adaptatie = aanpassen aan of wapenen tegen klimaatverandering. Hij schetste de trends dat we afsteven op meer overstromingen, meer wateroverlast, meer watertekorten en hogere temperaturen. De lage delen in De Venen zijn matig kwetsbaar tot kwetsbaar voor wateroverlast (vooral delen polder Groot Mijdrecht). Polder Mijdrecht is eveneens kwetsbaar tot matig kwetsbaar voor watertekorten, net als de hogere delen elders in De Venen. Daar komt ook de link met waterkwaliteit om de hoek kijken. De temperatuureffecten zijn het grootst in het plassengebied en de steden. Met name de watertekorten en de daarmee samenhangende zoetwatervoorziening worden het probleem van de nabije toekomst. Ook de bodemdaling vergt veel aandacht.
Aan de hand van twee cases - de Landschapswaaier (toegelicht door Henk Kloen, CLM) en de Rieteconomie als klimaatadaptatie-maatregel (door Guus Beugelink, Hoogheemraad HDSR) - is vervolgens gediscussieerd over de vraag hoe we De Venen minder kwetsbaar kunnen maken voor de negatieve effecten van klimaatverandering.

Enkele conclusies en vooral veel opgeworpen vragen:

De bedrijfsmodellen uit de landschapswaaier bieden goede aanknopingspunten om het gebied klimaatbestendigheid te maken. Meer onderzoek is nog nodig om alle kosten en baten in beeld te brengen, ook eventuele te vermijden kosten voor het waterbeheer, CO2-binding etc. Dan kan met de kwetsbaarheden kaart en functiekaart vervolgens bekeken worden welk type bedrijf op welke locatie voor de hand ligt. Dat laatste overigens wel in overleg met de betrokkenen. Wat hebben zij zelf voor toekomstbeeld bij hun bedrijf en welke neventakken passen daarbij? Ook rietteelt is mogelijk een optie. Voor een succesvolle energiewinning uit riet lijkt het nu echter nog wat vroeg. Eerst moeten de kosten van de oogst flink omlaag. Ook vele andere onderzoeksvragen vragen nog om antwoord, veelal gericht op het beter in beeld krijgen van alle (maatschappelijke) kosten en baten. Met een pilot hoopt het waterschap op bedrijfsniveau een aantal antwoorden te vinden. Een hele andere toepassing is mogelijk rietmaaisel in combinatie met vrijgekomen bagger te gebruiken als ophoogmateriaal om de veenbodemdaling tegen te gaan. Grote vraag is natuurlijk wel hoe lang het gebied kan wachten om maatregelen te nemen.

Gelukkig zijn er ook aanbevelingen waar we nu al mee aan de slag kunnen, zoals een aantal vervolg gesprekken met gebiedspartners en deskundigen. Een effectieve maatregel blijkt het optimaliseren van de natuurgebieden, vergroten van de kernen en zorgen voor goede verbindingen. Vooral de noord-zuid verbinding is belangrijk om met de noordwaarts opschuivende temperatuurzones mee te kunnen bewegen. Dat is een duidelijke boodschap waarvoor we nu al kunnen proberen de handen op elkaar te krijgen. Parallel daaraan is het ook belangrijk met ecologen en met de betrokkenen in het gebied de discussie aan te gaan wat het natuurperspectief in De Venen is in het licht van klimaatverandering: zijn de natuurdoelen nog haalbaar en wat ziet men als nieuwe veenweide-kwaliteiten? En tenslotte: je hoeft niet alles op gebiedsniveau aan te pakken; ook lokale maatregelen kunnen effectief en zinvol zijn en wellicht wat sneller realiseerbaar.

ENERGIE

Na een algemene introductie van Ieke Benschop op het thema Energie spraken kleinere groepjes onder leiding van vijf experts verder over de onderwerpen ‘rol van de landbouw (mestvergisting, opwekken van duurzame energie op bedrijfsniveau, vermindering uitstoot broeikasgassen)’, ‘potentie voor biomassa in De Venen’ en ‘financieringsconstructies’.

Een paar conclusies:

Mestvergisting is een weerbarstig onderwerp. Aanwezigen zetten vraagtekens bij grootschalige mestvergisting. Je haalt immers organische stof uit het gebied, terwijl het ook nodig is voor een goede bodemstructuur. De vraag is dan ook of er wel of niet sprake is van een overschot aan mest. Henk den Hartog, biologische boer in het gebied was stellig over het feit dat er helemaal geen overschot is, terwijl Peter de Laat, die in opdracht van de Milieudienst Noord West Utrecht een onderzoek heeft gedaan dat aantoont dat er 60.000 ton mest overschot is in het gebied van de acht gemeenten die tot de Milieudienst behoren. Op een totaal van 1,5 mln ton op jaarbasis is dit natuurlijk niet veel, maar in zijn ogen genoeg om een beperkte logistieke keten op te zetten. De toepassing van het biogas dat ontstaat door mestvergisting kan opgewerkt worden en aan het gasnet geleverd worden (verkocht worden als ‘groen aardgas’). Ook kan ervoor gekozen worden het nog onverwerkt aan te leveren aan een soort biomassa-HUB, zoals in Friesland gebeurt. Peter dacht aan een installatie van waternet in De Ronde Venen, waar slib uit afvalwater wordt vergist. Daar kan het op een tankstation gebruikt worden voor brandstof voor auto’s. Jos Geenen van de provincie Utrecht meldde dat de provincie Mijdrecht wil aan de slag met het leveren van biogas aan het net of aan een pomp. Alles bij elkaar zijn het geen grote klappers, maar wel kansen om de biomassa in het gebied te benutten voor energie.

Dat geldt ook voor andere biomassa-bronnen die Peter de Laat in kaart heeft gebracht. Naast mest schat hij in dat op de kortere termijn snoeihout de meeste potentie heeft. Agrarische natuurverenigingen kunnen een centrale rol spelen in de logistiek. Andere soorten die we in de gaten moeten houden zijn gft-afval (als het huidigde verwerkingscontract afloopt!), vetten uit de horeca, gras en riet.

Op het gebied van klimaatbelasting door de landbouw blijkt er nog een uitdaging te liggen in de bewustwording van melkveehouders op dit gebied. Met simpele maatregelen die nog geld opleveren ook, kan bijgedragen worden aan een verminderde uitstoot van broeikasgassen. Emil Elferink van Centrum voor Landbouw en Milieu gaf aan dat bijvoorbeeld het scheuren van grasland een boosdoener is op het gebied van uitstoot van methaan, een gas dat een 23 keer zo sterke broeikaswerking heeft als CO2. Het aandeel jongvee dat een boer houdt is ook van invloed op de methaanemissie van een bedrijf. De hoeveelheid gebruikte kunstmest omlaag brengen heeft ook een positief effect op het klimaat. Remco Spoelstra van de Milieudienst tipte dat inspecteurs die bij boeren over de vloer komen wellicht een rol kunnen spelen in de voorlichting. Als wenkend perspectief zagen de aanwezigen ‘klimaatneutrale melk uit het Groene Hart’, waar de consument dan graag een iets hogere prijs voor over heeft.

Onder leiding van Jacob van Olst kwamen de deelnemers tot de conclusie dat energie opwekken eigenlijk een gebiedsopgave zou moeten zoals grondverwerving voor natuur of de bouw van nieuwe woningen. Waarom zouden we gebieden geen taakstelling kunnen geven dat zij x-hoeveelheid energie moeten opwekken? Bestuurders kunnen dan in de eigen regio kijken op welke manier en met welke partners zij zo’n doel het best kunnen verwezenlijken. Van Olst ziet daarin een centrale rol voor agrariërs in coöperaties waarin ook bewoners en ondernemers kunnen participeren. Dat wil niet zeggen dat hij alleen aan biomassa denkt: windenergie is op korte termijn het meest rendabel en kan veel rendement leveren voor de directe omgeving!

Tot slot

De NMU gaat verder op de sporen die aanwezigen hebben aangedragen. Zo gaan we bijvoorbeeld in gesprek met de milieudienst om het onderzoek van Peter de Laat een concreet vervolg te geven en exploreren we met Jacob van Olst of we zijn concept handen en voeten kunnen geven. Ook proberen we met vervolgonderzoek een verstandige koers te vinden met betrekking tot mestvergisting.
Een wat algemener punt waar wij in het vervolgtraject aandacht aan zullen besteden is het belang om bestuurders en politici mee te krijgen in de lange termijnambities en lange termijnperspectieven.

Gelukkig staat de NMU er niet alleen voor. Deelnemers hebben onderling allerlei contacten opgedaan, zoals Wim Groeneweg die op zoek was naar lokale projecten die in aanmerking komen voor het Leaderprogramma waar hij voorzitter van is. Kortom, wordt op alle fronten vervolgd!


Gepubliceerd op 28 september 2010 bij de kaart Klimaat en energie in landelijk gebied

Reageer op 'Verslag startbijeenkomst Klimaat en Energie in de Venen'

Een reactie wordt gepubliceerd nadat deze is goedgekeurd door de redactie.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Geplaatste reacties


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Homepage

Forum

Biogas uit mest: een goed idee?
13/07/2010 door Bonny Vrielink

Landgoederen en biomassa
13/07/2010 door Bonny Vrielink

[ forum index ]