Verslag startbijeenkomst Kromme Rijn

Hoe krijg je het gebied klimaatneutraal en klimaatbestendig?

Op 28 september was de startbijeenkomst ‘klimaat en energie in het landelijk gebied’ over het Kromme Rijngebied. Na het welkomstwoord van Lot van Hooijdonk, NMU, sprak Eline van der Veen (directeur Streekhuis) de zaal toe. Zij gaf aan het toe te juichen dat de NMU in het programma Klimaat en Energie twee strategieën combineert, namelijk ‘Top Down’ en ‘Bottom Up’.

In haar visie hebben de verschillende lagen van elkaar te leren. De lokale partijen daagt zij uit om het eigen belang te koppelen aan het maatschappelijk belang; de beleidsmakers moeten zich realiseren dat zij hun beleid alleen kunnen uitvoeren met medewerking van het gebied.
Volgens Van der Veen gebeurt er in haar gebied al het nodige, dat kansen creëert voor de ambities uit het programma Klimaat en Energie. Zo is er het programma Kromme Rijn Natuurlijk en wordt er gewerkt aan verdrogingsbestrijding, ecologische verbindingszones en de natuuropgave. Daarnaast wordt er gewerkt aan het commercieel benutten van energiehout (bijvoorbeeld op landgoed Sandenburg), wordt er energie bespaard in de fruitteelt, en hebben in het gebied 25 ondernemers een energiescan laten uitvoeren en naar aanleiding daarvan maatregelen genomen. Tot slot loopt er in samenwerking met LaMi (projectbureau voor duurzame landbouw van de provincie Utrecht) een project duurzaam bodembeheer.

Inspiratie

Ad van Wijk, duurzaam ondernemer (oprichter en directeur van het voormalige Econcern) nam ons mee in een toekomstscenario voor het Eiland van Schalkwijk. Zelf woonachtig in Houten heeft hij zich verdiept in de mogelijkheden voor lokale opwekking van duurzame energie.
De waterkrachtcentrale in Hagestein kan nieuw leven ingeblazen worden. Deze staat al 5 jaar stil. Deze duurzame energieopwekker staat overigens nog wel in de statistieken van de provincie. Hij kan, als hij weer in gebruik wordt genomen 1,8 MW opwekken, 4 mln kWh per jaar.

Biomassa

Daarnaast kijkt hij naar de mogelijkheden van gebruikmaking van mest. En andere reststromen uit de landbouw en GFT (Groente-, Fruit- en Tuinafval) van particulieren. Ook het hout uit het gebied kan aangewend worden als duurzame energiebron.
Veel grond op het eiland van Schalkwijk is in bezit van projectontwikkelaars. Gezien het feit dat er tot 2020 niet grootschalig gebouwd mag gaan worden, heeft Ad van Wijk het idee opgevat dit gebied te gebruiken voor het verbouwen van energiegewassen. De Blokhovenpolder, kan 600 kuub biogas opwekken. Omdat het een open landschap is, geeft Ad van Wijk er de voorkeur aan om voederbieten te verbouwen.
Ook zou je delen van het gebied onder water kunnen zetten en algen kunnen telen. Deze leveren 2 tot 5 keer zoveel energie op als bijvoorbeeld voederbieten. Dit komt omdat algen geen wortels hebben waar ze energie in hoeven te stoppen.

Warmtekracht

Een ander optie is de WKK, WarmteKrachtKoppeling. Daar wek je naast elektriciteit ook warmte mee op. De elektriciteit lever je aan het net, maar waar ga je met je warmte heen? Om dit probleem te ondervangen, zegt Ad van Wijk: “Er staan twee grote gasmotoren in het gebied. Eén is er van een tuinder in het gebied, de andere van Eneco (6MW). Door aan deze gasvragers te leveren, hoef je zelf niet verder te zoeken naar een potentiële warmtevrager. De gasmotor draait echter alleen in de maanden dat er een warmtevraag is. Dit is ongeveer de helft van het jaar. Dat is niet efficiënt.” Een oplossing hiervoor is dan ook de gasmotor te koppelen aan een aquifer. Warmte opslaan in de bodem (zand / water / klei) en in de zomer gewoon de gasmotor door laten draaien. De elektra gaat het net in, de warmte in de zomer de bodem in, die er in de winter weer uit wordt gehaald.
Zijn credo is: “Maak efficiënt gebruik van wat er al is!

Wind en Zon

Ad van Wijk: Plaats de drie windmolens van Houten langs de A27. Hier, op bedrijventerrein Het Klooster, veroorzaak je de minste overlast. Er zijn er daar nog zes gepland.

Alle duurzame energie bronnen samen hebben in zijn berekeningen een potentie van 55 mln kWh. Met de energievraag van de Gemeente Houten (uit 2005) van 145 mln kWh zijn we er dus nog lang niet. Vandaar zijn oproep om ook vooral in te zetten op de besparingsopgave!
En om de recreatiesector uit te dagen gaf Ad van Wijk aan het te zien zitten als er een duurzame fietsroute uitgezet zou worden. Met elektrische fietsen. Je zou kunnen fietsen langs de waterkrachtcentrale, de biomassacentrale, de windmolens en de zonnepanelen in het gebied.

Klimaat

Job van Amerom (provincie Utrecht) startte met een toelichting op het begrip: adaptatie = aanpassen aan of wapenen tegen klimaatverandering. Hij schetste de trends dat we afstevenen op meer overstromingen, meer wateroverlast, meer watertekorten en hogere temperaturen. Er zijn veel onzekerheden waarmee in de modellen geen rekening is gehouden, bv eventuele klimaatgevolgen als warme golfstroom verandert, maar met alle kanttekeningen zijn er wel voorspellingen te doen over enkele plausibele klimaateffecten. Daarin komt naar voren dat het Kromme Rijngebied licht kwetsbaar is voor overstromingen en watertekorten, met verspreid enkele kwetsbare locaties. Daartegenover staat het beeld dat het gebied redelijk robuust is voor wateroverlast, behalve onderaan de flanken en in de lage delen van Eiland van Schalkwijk. Over de flanken zelf (voor natuur belangrijk) zijn de hydrologische modellen te onzeker om redelijke voorspellingen te kunnen doen. Vervolgens is het de vraag hoe erg het allemaal is (welke functies staan onder druk) en wat we daaraan kunnen en/of willen doen. Voor de functie wonen is het Eiland van Schalkwijk kwetsbaar voor ongeveer alle klimaateffecten; de fruitteelt is vooral kwetsbaar voor watertekorten. De temperatuureffecten (hittestress) zijn het grootst in de steden. In de nabije toekomst vormen watertekorten en de daarmee samenhangende zoetwatervoorziening het belangrijkste probleem. Daar komt ook de link met waterkwaliteit om de hoek kijken.

Cases

Aan de hand van twee cases - Inrichtingsplan Kromme Rijn (toegelicht door Yolanda Wessels, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en de klimaatambities van Enveloppe Linieland (door Sanneke Lisman, gem. Houten) - is vervolgens gediscussieerd over de vraag hoe we het Kromme Rijngebied minder kwetsbaar kunnen maken voor de negatieve effecten van klimaatverandering.

Inrichtingsplan Kromme Rijn

Het inrichtingsplan Kromme Rijn combineert de opgave van de Kaderrichtlijn Water (verbetering waterkwaliteit door aanleg van 7,5 km natuurvriendelijke oevers en 6 ha slibvang) met extra ambities om de rivier natuurlijker temaken: natuurvriendelijke oevers over de hele lengte met stapstenen naar de Vecht, meer natuurlijk peilbeheer, aanpassen waterinlaat om de wateraanvoer te verbeteren en enkele pilots om de waterbehoefte van de fruitteelt en sedumteelt terug te dringen. Die regionale zoetwatervoorziening in droge periodes is de komende tijd belangrijk punt van aandacht.

Linieland

In Linieland (ligt op Eiland van Schalkwijk en is onderdeel van Nieuwe Hollandse Waterlinie) zijn de ambities gericht op de functiecombinatie van cultuurhistorie, recreatie, ecologische verbindingszones en waterberging. De open gebieden rondom de forten (de oude inundatiezones in de schootsvelden) en de lage delen in het gebied lenen zich prima voor waterberging. Knelpunt is hier de mogelijke frictie met de landelijke discussie over waterveiligheid. Als besloten wordt tot verhogen van de Lekdijk, is dat wellicht niet te combineren met de regionale inundatieplannen. En de bijdrage aan de biodiversiteit is nog afhankelijk van de mogelijkheid om verbindingen met andere natuurkernen te realiseren.

Conclusies

Centraal punt in de discussie vormde de constatering dat de nationale keuzes tav veiligheid en zoetwaterverdeling niet automatisch parallel lopen met de regionale ambities. Het is dan ook een uitdaging te zoeken naar een manier om regionaal zelfvoorziend en klimaatbestendig te worden. Met fruittelers beleggen we nog een aparte bijeenkomst. Zij konden wegens de oogsttijd niet naar de startbijeenkomst, maar zijn wel belangrijk bij het vinden van oplossingen om de waterbehoefte tijdens droge perioden te verminderen en het gebied minder kwetsbaar te maken voor klimaatverandering. Ook de waterbehoefte van de sedumteelt heeft onze aandacht: de toepassing van sedum als groene dakbedekking heeft vele voordelen om het leefklimaat in de stad te verbeteren en de energievraag te verminderen. Ook de teelt ervan willen we graag klimaatbestendig maken. Uitzoekwerk is nodig als het gaat om de gradiëntgebieden: neemt de kwel toe of af? wat betekent dat voor de kwetsbaarheid voor watertekort of wateroverlast en kunnen we hierin sturen (met keuze begroeiing en/of teelt)? Tenslotte zien we voor Linieland aanknopingspunten om de ideeën te koppelen aan die van de Kraag van Utrecht en de rest van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook de koppeling met energie ligt hier voor de hand.

Energie

In de deelsessie over Energie, hield Ieke Benschop een korte introductie op het onderwerp energie. Daarna kwamen vier experts aan het woord, namelijk:

  • René Langedijk, Landschap Erfgoed Utrecht over hun onderzoek naar potentie voor biomassa uit landschapsbeheer
  • Frederik van Lynden en Arjan Rosseel over de casus landgoed Sandenburg
  • Walter Roubos, één van de initiatiefnemers van St. Groene Energie Kromme Rijn en Heuvelrug, over de mogelijkheden voor mestvergisting.

René presenteerde de cijfers behorend bij het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd samen met Bureau Landplan en Projecten LTO. Een greep hieruit: Uit het gebied kan 3300 ton chips gewonnen worden, hetgeen een hoeveelheid energie kan opwekken vergelijkbaar met wat 500.000 m3 aardgas kan opwekken. We hoorden echter net van Ad van Wijk dat de energievraag van de gemeente Houten in 2005 al 51 mln m3 gas was. Deze cijfers maken de uitdaging wel heel duidelijk..!

Er is nog wel een grote kennisvraag bij de vragers van energie. Dit gaat over opslag, leidingen, installaties, terugverdientijden, vochtpercentage, etc etc. Ieder initiatief vraagt maatwerk. Conclusie is dat een regionale biomassawerf ontwikkeld zou moeten worden om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod te faciliteren.

Sandenburg

Frederik van Lynden en Arjan Rosseel zoomden in op de casus Sandenburg. Een landgoed met 80 ha hakhout. Iedere 60 jaar wordt dit hout afgezet. Vroeger werd het afval gebruikt voor dijkversteviging, momenteel wordt het gesnipperd en afgevoerd naar Duitsland. Dit moet anders kunnen is de overtuiging. Een eigen biomassawerf is een serieuze wens, waarbij de oude hakhoutcultuur weer teruggebracht kan worden in het gebied. Zo kan het landschap werkelijk benut worden als energiebron. Landgoed Sandenburg kan met een straal van 200 à 250 meter, de zeven gebouwen op het terrein gemakkelijk van warmte voorzien. ‘Maar wat kunnen we, het liefst in samenwerking met Staatsbosbeheer, betekenen voor de regio?’ Het vergunningentraject lijkt acceptabel te zijn; installaties met een capaciteit van minder dan 1 MW thermisch vermogen zijn niet vergunningplichtig. Het zou gewenst zijn alle industrieterreintjes uit het gebied van duurzame warmte te voorzien. Nadeel bij kleinschaligheid is echter dat hoe kleiner de installatie, hoe homogener de aanvoer moet zijn.
Een algemene oproep aan overheden is goede initiatieven te ondersteunen in plaats van tegen te werken: nu is snoeihout dat wordt opgeslagen voor verwerking geen afval meer, maar brandstof en moet er een vergunning voor aangevraagd en verleend worden. Met alle procedures en vertraging van dien.

Mestvergisting

Walter Roubos, melkveehouder uit het gebied, geeft aan dat hij graag groene energie wil produceren als agrariër. Op individueel niveau is dit echter te duur, dus heeft hij zich samen met acht andere melkveehouders verenigd in Stichting Groene Energie Kromme Rijn en Heuvelrug. In eerste instantie richten zij hun studie op energie opwekken uit mest. Maar zij sluiten andere grondstoffen en technieken, zoals zonnepanelen en biomassa uit landschapsbeheer niet uit. Waar zij echter tegenaan lopen zijn de kosten die gemaakt moeten worden voordat überhaupt sprake kan zijn over zekerheid van baten. Zo kan de SDE-subsidie pas aangevraagd worden wanneer zaken als een locatie, vergunning en afzet geregeld zijn. Zijn schatting is dat het hier al gauw over zo’n € 70.000,- tot € 80.000,- gaat. Maar wàt als de subsidie niet wordt verleend??
Daarnaast hebben de negen melkveehouders potentie om in een gezamenlijke mestvergister 500 m3 per uur te produceren. Dit gaat 24 uur per dag door, zomer en winter. Hoe regel je de afzet voor de warmte? Reactie van Ad van Wijk hierop is dat er al gasmotoren in het gebied staan en dat deze vooral gevoed zouden moeten worden met groen gas. Een vervolgafspraak tussen deze twee heren is gemaakt. Van Wijks inzet is dat de leverende agrariërs mede-eigenaar worden van de centrale.

Tot slot

Klimaat en energie staan niet los van elkaar. We zullen in het vervolgtraject met name zoeken naar de combinatiemogelijkheden waar maatregelen elkaar kunnen versterken, zeker waar dat helpt bij het vinden van draagvlak en financiering. In het Eiland Van Schalkwijk ligt dat in elk geval voor de hand. Maar ook zullen we aandacht hebben voor de eventuele dilemma’s waar dat niet zo is.
Een speciale uitdaging zien we ook als het gaat om het overeind houden van de klimaatambities en de realisatie van klimaat- en energieprojecten in het licht van het nieuwe regeerakkoord. Het zal extra aandacht vragen om de voortgang erin te houden.


Gepubliceerd op 14 oktober 2010 bij de kaart Klimaat en energie in landelijk gebied

Reageer op 'Verslag startbijeenkomst Kromme Rijn'

Een reactie wordt gepubliceerd nadat deze is goedgekeurd door de redactie.
Velden gemarkeerd met * zijn verplicht om in te vullen.




Geplaatste reacties


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Homepage

Forum

Biogas uit mest: een goed idee?
13/07/2010 door Bonny Vrielink

Landgoederen en biomassa
13/07/2010 door Bonny Vrielink

[ forum index ]